Voorbeelden 1 2 3 4 5 6

Toen was geluk nog heel gewoon...
Vrouw van slager in ambachtelijke slagerij

"Mijn eigen vader slachtte vroeger zelf nog, op het dorp, achter de slagerij. Mijn schoonvader niet, die betrok zijn vlees uit het slachthuis in Utrecht. Mijn man komt uit een ouderwetse slagersfamilie, waar de liefde voor een mooi stuk vlees centraal stond. Daarom worden onze rookworst en de rookvlezen nog precies als bij mijn schoonvader op ambachtelijke wijze op houtkrullen gerookt in de rookkast. Als een mooie ham gerookt wordt is dat toch iedere keer weer anders. Vlees is een natuurproduct. Als je zo’n stuk ham uit de rookkast haalt kun je hem pas als je hem aansnijdt keuren op zijn snijvastheid, op de kleur, de geur, de smaak. Dat is mooi werk, heel bevredigend. Daar kunnen we met recht trots op zijn. Zelf mag ik graag een lekker stukje worst eten, zo uit het vuistje.

Ambacht
Zowel de donkere als de lichte eigen- gemaakte leverworst wordt in natuurdarm verwerkt. ‘’Heerlijk hoor, vooral bij een borreltje, als we ‘s avonds lekker uitpuffen van het werk’’, lacht ze.
Samen met het personeel runnen ze de slagerij en ze vinden het allebei een mooi en afwisselend beroep. Ze hebben elkaar zelfs in de slagerij van zijn vader leren kennen, waar ik bij mijn man solliciteerde. ‘’Inmiddels zijn we al achttien jaar getrouwd, we houden van ons vak en van elkaar.’’

 

Om vijf centen voor een briefkaartje uit te sparen liet mijn baas me ook nog wel even naar Eemnes fietsen...
Gesprek met oude knecht

Iemand die niet uit de slagerij weg te denken is, ondanks zijn hoge leeftijd, is Dirk te Velde.Als heel jong ventje werkte hij al bij een slagerij in Maartensdijk, waar hij alle bestellingen per transportfiets aan de klanten moest brengen. Dat was normaal in die tijd.

"Ik ging ‘s morgens vijftig, zestig klanten af in Groenekan, Hollandsche Rading, Lage Vuursche, Baarn, noem maar op. Dan vroeg ik wat ze nodig hadden en reed weer terug naar de slagerij. Daar maakten we met elkaar de bestellingen klaar. Uitbenen, worst maken, gehakt draaien, noem maar op. En vervolgens werden de bestellingen in pakketjes verpakt en allemaal weer afgeleverd.

In de weekends begonnen we om zes uur ‘s ochtends en dan waren we ‘s nachts om twaalf uur pas weer thuis. Regen, sneeuw, ijzel, harde wind maakte niemand iets uit, we moesten gewoon doorfietsen zo’n hele dag. Als ik dan eindelijk weer terug was bij de slagerij kon het gebeuren dat er nog een extra bestelling binnengekomen was. Dan was er bijvoorbeeld een onverwachte gast bij de klant bijgekomen en dan moest ik helemaal terug om nog een extra biefstukje te gaan brengen. En om vijf centen voor een briefkaartje uit te sparen liet mijn baas me ook nog wel even door naar Eemnes fietsen, om aan een of ander keuterboertje door te geven dat hij zijn kalf klaar moest zetten om geslacht te worden. Als ik daar dan tegen protesteerde zei hij dat hij voor een rijksdaalder zo weer iemand anders kon vinden.

Crisistijd
Het was namelijk volop crisistijd en ik verdiende maar een rijksdaalder per week. Pas toen ik achttien was, mijn slagersvakdiploma gehaald had en geheel zelfstandig een koe, een kalf of een varken kon slachten, werd dat verhoogd naar vijf gulden per week. Toen ben ik hier terecht gekomen en ik zit hier nog steeds. Ik mag graag wat om handen hebben en ik sta mijn

 

 


 



Ook tegenwoordig nog een boeiend vak

 

 


Geld in Crisistijd