Voorbeelden 1 2 3 4 5 6

Man 80 jaar oud

Ik ben geboren in de plaats Meester Cornelis, het tegenwoordige Jati Negara, een satelietplaatsje van Jakarta, wat we vroeger Batavia noemden. Mijn vader Johannes de Wilde was een rasechte Amsterdammer. Hij kwam aan het begin van de vorige eeuw naar Nederlands-Indië toe, werkte daar in het gevangeniswezen en ontmoette mijn moeder.

Sitih
Zij heette Sitih, klein, lief en mooi, maar een volbloed Javaanse. Mijn ouders zijn niet getrouwd, maar mijn vader heeft mij en mijn broertjes wel geëcht, waardoor wij zijn achternaam kregen en allemaal Hollanders werden. We gingen naar de inlandse school, zorgden voor de kippen en voor de koolplanten in de tuin. Mijn moeder verkocht af en toe de eieren van de kippen op de pasar. Van haar heb ik leren tawarren, afdingen. Dat was voor mij een soort spel op de markt, net doen of je heel erg boos bent op het bedrag dat de verkoper voorstelt, waarna de verkoper weer beledigd doet alsof de koper iets schandaligs voorstelt, Zodat de verkoper weer de nadruk gaat leggen op de geweldige kwaliteit van het spul dat hij wil verkopen.

  wedstrijdje deden wiens drol het hardst kon varen. Onze buurman had een vechthaan waar hij veel geld mee won, wij mochten natuurlijk niet met gokspelletjes meedoen maar wij gokten met snoepgoed of met
knikkers. Als het vliegertijd was, smeerden we het touw van onze zelfgemaakte vlieger in met een mengsel van fijngestampt glas en lijm, waardoor we de lijnen van de vlieger van een andere jongen door konden snijden. We hadden eigenlijk best wel een gelukkige jeugd, al zagen we onze vader niet zo vaak. Hij gaf niet zo veel om ons geloof ik. Maar dat we dank zij hem Hollanders waren hebben we wel geweten in de oorlog.
Mijn broer en mijn vader zijn toen beiden gesneuveld. Mijn broer Dirk was zes jaar ouder dan ik. Hij was als marineman in een krijgsgevangenkamp gestopt. Bij een vluchtpoging, waarbij hij een pistool bij zich bleek te hebben, werd hij helaas gesnapt. Om een voorbeeld te stellen voor de andere krijgsgevangenen werd hij in het openbaar gedood, waarbij alle andere gevangenen verplicht toe moesten kijken. Met twee kameraden werd hij aan een hekwerk gebonden en met negen bajonetsteken vermoord. Hij was een echte held, heeft het voor elkaar gekregen zijn blinddoek af te doen en de Kempetai die hem dood wilde maken te schoppen en in het gezicht te spugen. Bij die schop viel tevens het heilige samoeraizwaard van de Kempetai officier op de grond. Een ontzettende blamage voor deze Jap natuurlijk, ten overstaan van al die kijkende Hollanders en mede-officieren. Met de woorden ‘Leve de koningin’ op zijn lippen is mijn broer de dood in gegaan.
Ik ben altijd ontzettend trots op mijn broer geweest, maar we hoorden pas na de oorlog wat er met hem gebeurd was. Zelf was ik nog een jongen, maar ik ben de ongewone spanning van die oorlogsdagen nooit vergeten. Gek, dat je als kind veel dingen accepteert als gewoon en daar later op terugkijkt als: "hoe heb ik toch zo onbezorgd kunnen zijn".
 



Hanengevecht



Moeder's poëzie-album

     

Vader Jan en zijn broer oom Willem
     
       
Jeudjaren
Er was een kali vlak achter ons huisje, waar we de hele dag speelden. We zwommen er iedere dag, maar ook zetten we stokjes in een langsdrijvende drol, waarna we een